Natuurbeheer

Noordplas

De noordplas is een vrij ondiepe plas (1 – 3 m), van oorsprong een veenpet. De plas heeft een bodem van veen op zand. Op de bodem ligt een laag modder/veenachtig slip die in dikte varieert. Grootte van de plas: ca. 8 ha. Het water is voedselrijk en troebel. Aan de westkant is de plas ondieper dan aan de oostkant door ophoping van veenachtig slip. Het water van de plas wordt doorkruist door een sloot (geul) van het waterschap, waarin water van de Drentsche Aa wordt aan- en afgevoerd. Op de grens van de plas zijn roosters aangebracht om grote uittocht van vissen naar omliggende poldersloten tegen te gaan. De plas is van het zogenaamde brasem/snoekbaarstype Er is een geringe zichtdiepte, waterplanten nemen slechts maximaal 10 % van het wateroppervlak in. Op enkele plaatsen groeit gele plomp, voor het paviljoen en in de zuidoosthoek zijn kleine plekken van riet en kleine lisdodde en zoals reeds opgemerkt: vroeger stond ook riet op de plek van de rietkorf.

De natuurlijke brasem-snoekbaars visgemeenschap is het minst soortenrijk van alle viswatertypen in Nederland. Kenmerkende vissoorten van de visgemeenschap zijn brasem en snoekbaars, met begeleidende soorten zoals blankvoorn, pos, kolblei, vetje en aal. Het uitzetten van vis (bijvoorbeeld karpers) heeft natuurlijk de hoeveelheid en de samenstelling van vissoorten beinvloed. De in de plas voorkomende brasems en karpers zijn bodemwoelende soorten, aldaar op zoek naar voedsel.

Zuidplas

De zuidplas is ontstaan door zandwinning voor de aanleg van de A28. De bodem van de plas is zand. Grootte van de plas: ca. 11 ha.

Het water is voedselarm en (vrij) helder. De plas is niet rechtstreeks aangesloten op het watersysteem van de omliggende polders, wel kan een teveel aan water weg via een overloop aan de oostzijde. Echter sinds het opzetten van de waterstand buiten en in het Sassenheingebied, enkele jaren her, is er ook de kans dat buitenwater via de overloop in de zuidplas komt.

Het water is gemiddeld 6 meter diep met enkele gaten tot 21 meter. Tussen de plas en het plasje van Staatsbosbeheer is geen verbinding. De plas is van het zogenaamde baars/blankvoorn diepwater type.

Het water is (vrij) helder en voedselarm. Plantengroei reikt tot zo’n 6 meter onder water. Van het totale wateroppervlak wordt slechts een gering percentage bedekt met planten. Een rietzone bevindt zich op het ondiepe deel aan oostkant van de plas.

Kenmerkende vissoorten van de visgemeenschap zijn: blankvoorn en baars, met begeleidende soorten zoals snoek, zeelt en ruisvoorn en in mindere mate ook brasem, kolblei en pos (en gering aantal snoekbaars in diepere waterlagen) Het uitzetten van vis (bijvoorbeeld karper) heeft natuurlijk ook hier de hoeveelheid en de samenstelling van de vissoorten beïnvloed.